woensdag 2 februari 2011

Hevige rellen in Egypte - Jesjaja 19:2

Hevige rellen in Egypte.
וְסִכְסַכְתִּי מִצְרַיִם בְּמִצְרַיִם, וְנִלְחֲמוּ אִישׁ-בְּאָחִיו וְאִישׁ בְּרֵעֵהוּ, עִיר בְּעִיר, מַמְלָכָה בְּמַמְלָכָה.
Jesaja 19:2 Want Ik zal de Egyptenaren tegen de Egyptenaren verwarren, dat zij zullen strijden een iegelijk tegen zijn broeder, en een iegelijk tegen zijn naaste, stad tegen stad, koninkrijk tegen koninkrijk.
Honderden mensen zijn gewond geraakt tijdens de betogingen tegen de Egyptische president Hosni Mubarak in Caïro, waar met voorwerpen als stenen werd gegooid. Een arts heeft laten weten dat er minstens vijfhonderd gewonden zijn gevallen

Het weer

Noodweer op veel plaatsen van de wereld: Australië met overstromingen en enorme stormen. De noodtoestand uitgeroepen in staten Amerika


Om rabbijn Nir Ben Artzi aan te halen; "Vulkanen, aardbevingen, hevige stormen zal elk land bereiken behalve het heilige land Israel. De Schepper van de wereld heeft een hogere standaard bepaald en het zal niet stoppen totdat de wereld verbeterd is". Zie blog 'Einde ballingschap nieuws'.

maandag 31 januari 2011

Einde Ballingschap - nieuws

In Israël wordt er veel gesproken over de 'Ge'oela' het einde van de ballingschap en het begin van een nieuw stadium. Betere tijden voor Israël. Natuurlijk zit ik hier op te wachten, misschien is dit voor mij de belangrijkste reden waarom ik het nieuws intensief volg. Ik hoop steeds dat de nieuwslezer bijzondere berichten zal vermelden en internet met alle 'up to date' berichten. De laatste paar weken moet ik toegeven dat er een reeks bijzondere berichten zijn geweest.

Vrijdagochtend terwijl ik in de auto zat was luisterde ik naar een interview op de radio, Aruts 7, met een zekere rabbijn Nir Ben Artzi. Ik had nooit eerder van hem gehoord en hij vertelde dat de 'Ge'oela' (bevrijding) van het volk is Israël nu echt begonnen is."Hoe weet u dat?" Vraagt de interviewer. De rabbijn antwoordde: "Ik heb een gift van Hashem (G'd) gekregen en ik gebruik het alleen ten goede voor het Joodse volk. Het is onmogelijk uit te leggen." Hierbij de link van de website van blogger Tomer Devorah met de hele tekst (engels) van het interview. En een link naar blogger Yeranen Yaakov "De straf van Egypte in het einde der dagen", hier Jechezkel 29 -32 en het kommentaar van de Abarbanel.

In het kort de gebeurtenissen op een rijtje: Milieuramp, olie in de Golf van Mexico, revolutie in Tunesie, Revolutie in Egypte, Overstromingen in Australie, overstromingen in Europa, Actieve Vulkanen in IJsland en Japan, Grote brand nabij Haifa.

woensdag 19 januari 2011

Overspel


Het zevende Gebod van de tien geboden is: „Je zult geen overspel plegen”. Hiermee wordt bedoeld het gemeenschap hebben met een vrouw die met een andere man getrouwd is.
Waarom wordt juist overspel in de tien geboden genoemd? Omdat het gelijk staat met het tweede gebod, het verbod op afgoderij, dus ontrouw aan G'd. Overspel is ontrouw in je relatie met je partner in beide gevallen gaat het om ontrouw. Het wordt ons duidelijk gemaakt dat ontrouw zo een slechte eigenschap is dat je het ten alle tijde achterwege moet laten omdat het je corrupt en slecht maakt.

woensdag 5 januari 2011

De pijn van de laatste generatie.


Een beetje Kabala:

"Dreaming of Moshiach" was de eerste blog die onze aandacht vroeg over de spoedige komst van Masjiach: het is de auteur (Nava) die ver haar tijd vooruit was, en die ook de inspiratie voor veel van ons is, die in haar voetsporen volgden.

In november 2007 heeft zij dit geblogd:

In de Gemara, vertellen de geleerden ons dat er 3 delen van lijden naar de wereld komen.

Het eerste deel van het lijden was tijdens de generaties van de zeven heilige voorouders: Avraham, Jitschak, Yaakov Avinoe, Moshe Rabenu, Aaron HaKohen, Yosef HaTzaddik, en Melech Dovid, zs'l.

Het tweede deel van het lijden werd op de resterende generaties geplaatst, met uitzondering van onze generatie.

Het derde deel van het lijden werd geplaatst op onze generatie, de laatste generatie.

De eerste 2 delen daar was het lijden een geleidelijk proces, maar het derde deel van het lijden is het moeilijkst en zwaarst. Of het nu een ziekte, niet-natuurlijke dood in een gezin, levensonderhoud, echtscheiding, het vinden van een echtgenoot, of kinderen, enz. is. Elke Jood, ongeacht waar, wanneer, wat, wie, waarom, lijdt!

Dit is de reden die onze geleerden in de Gemara beschreven dat indien een persoon niet lijdt in de generatie van het Einde der Dagen, dan weet je dat deze persoon niet joods is! Als iemand je vertelt dat hij niet lijdt, dan is hij niet de zoon / dochter van Avraham Avinoe, zs'l.

Waarom komt deze vreselijke 'gezeera' (strafmaatregel) specifiek in onze generatie, allemaal tegelijk en zo veel? Het lijden is noodzakelijk voor de komst van de Masjiach. Rabbi Shimon bar Jochai, zs'l, legt dit verder als volgt uit in de Zohar HaKadosh:

In de periode dat Rabbi Shimon Bar Jochai, zs'l, (Rashbi) zich in de grot verstopt had, schreef hij de Zohar HaKadosh in Ruach HaKodesh (Goddelijke Geest). Door middel van Ruach HaKodesh, zag in een groot vuur hoe de laatste generatie zal zijn. Rashbi zag dat onze generatie de Thora zal overtreden en zich schuldig zal maken aan overspel, lust, promiscuïteit, stelen, ketterij, secularisme, enz. Hij huilde omdat hij zag zoveel mensen getest zullen worden en dat wij veel zullen lijden.

Maar waarom is er zoveel lijden tijdens onze generatie? Waarom is de Yetzer Hara (slechte neiging) zo krachtig in deze generatie, meer dan in alle vorige generaties?

Het is omdat G'd barmhartig en gul is!

De Zohar HaKadosh legt dit uit: De reden dat elke ziel in deze wereld komt is alleen omdat het de zonden uit het verleden moet corrigeren. G'd zag dat tijdens alle generaties veel zielen niet in staat waren zichzelf te corrigeren en mogen daarom het Gan Eden niet binnen. Ook al waren ze gereïncarneerd als mensen, dieren, inanimates, planten, voedsel, enz., en ook geplaatst in Gehenom of Kaf Hakela. Nog steeds waren zij niet in staat om hun ziel te corrigeren.

Zelfs na zoveel reïncarnaties, waren deze zielen niet succesvol in hun tikun en werden in het Heichal HaNeshamot (hal van de zielen) geplaatst.

De Zohar HaKadosh gaat verder en zegt dat G'd Zichzelf geopenbaard heeft aan de zielen in Heichal HaNeshamot en deze neshamot riepen: G'd, "Barmhartige hemelse Vader, help ons om onszelf te corrigeren, we willen onze ziel reinigen, we reïncarneren als mens, planten, dieren, gingen we door middel van Gehenom, Shaol Tachtit, Kaf Hakela ... Maar nog steeds hebben we onze ziel niet goed gecorrigeerd...".

Toen Barmhartige G'd dit hoorde, zei Hij: "Ik zal jullie in een generatie plaatsen, een generatie die veel verwarring zal hebben en op de proef gesteld zullen worden, lijden en ontberingen, een generatie waar de waarheid zal ontbreken, een generatie waar de kwade neiging makkelijk de overhand zal hebben. Er zullen veel mogelijkheden zijn om verschrikkelijke zonden te doen;.. alles zal voor u beschikbaar worden in fracties van seconden Het zal een generatie zijn die zich uitgeput zal zijn om zelfs te proberen teshuva te doen. De kwade neiging zal zeer krachtig zijn en overspel, lust, verleidingen, promiscuïteit, stelen, ketterij, secularisme, enz. zal je overal tegenkomen."

"Maar ondanks al deze ontberingen, zullen alle neshamot die erin zullen slagen om deze moeilijke testen te trotseren om hun Emunah te blijven houden, zij zullen enorme beloningen krijgen en zij zullen leven tijdens de Geula."

Dit is de reden dat de heilige Rashbi zei Ashree mi sheyiyeh bedor hazeh,
"Blij is de persoon die tijdens die generatie zal bestaan."

Ondanks het feit dat dit moeilijk te begrijpen is, is het belangrijk te weten dat alle mensen tijdens deze generatie, jij, ik hem, haar, hen, van Heichal HANESHAMOT ZIJN!

Met dank aan blogger Shirat Devorah.

woensdag 22 december 2010

Emigratie en anti-semitisme, wat zeggen de herkenbare orthodoxe joden hierover?

Eén van de rabbijnen met wie ik geleerd heb vertelde mij ooit om de wekelijkse parasha (Torah lezing) te lezen met een krant ernaast. Deze week, met Bolkestein’s uitspraak realiseerde ik mij, hoe veel gelijk deze rabbijn had.

“Herkenbare Joden, kunnen beter emigreren in verband met het antisemitisme.”

Deze uitspraak van Meneer Bolkestein heeft Nederland de afgelopen dagen op de kop gezet. Maar ook in het land Israel is er inmiddels elke dag over gesproken door de Nederlands-talige Joden. Waarvan de meesten, geboren en getogen zijn in Nederland.

Zoals met alles, zijn er ook op de uitspraak van meneer Bolkestein verschillende meningen. Persoonlijk, ben ik het met hem eens dat orthodoxe Joden geen toekomst hebben in Nederland. Alleen mijn redenering is niet ‘slechts’ om het antisemitisme.
Zeg ik hiermee dat het allemaal ‘niet zo erg is,’ als dat Meneer Bolkestein voorstelt?

Absoluut niet. Het antisemitisme is weldegelijk in zo’n grote mate aanwezig dat een duidelijk herkenbare Jood buiten Amsterdam-Buitenveldert bijna niet meer normaal op straat kan lopen.

Zo werd ik, toen ik nog in Nederland woonde, dagelijks op straat, centraal station, in de winkel, of waar dan ook, uitgescholden voor alles wat men maar voor het woordje ‘Jood’ kan plaatsen. Ook, was het niet ongebruikelijk om de Hitler-groet te zien of bepaalde Nazi leuzen te horen. Dan nog maar niet te spreken over het sissen en de inmiddels populaire leus: “Hamas, Hamas Joden aan het gas.”
Deze ervaringen, hebben allemaal meegespeeld in mijn beslissing om uiteindelijk mijn geboorteland te verlaten en – met een korte stop in Antwerpen - in te wisselen voor Eretz Yisroel (het land Israel).

Frits Bolkestein, heeft op het punt van antisemitisme dus volledig gelijk. Het bestaat in grote mate in Nederland en de regering doet er niets tegen. Niet alleen doet de regering er niets tegen; maar ook de Nederlanders die zeggen niet antisemitisch te zijn, zijn altijd verdacht stil.
Waar waren deze Nederlanders toen ik elke dag op straat werd uitgescholden of nageroepen (soms zelfs bedreigd)? Wat deed de politie die regelmatig op hoorafstand stonden? Nog geen woord.

Slechts twee weken geleden was ik na anderhalf jaar weer in Nederland. Ik had nog geen 10 stappen gezet op Roosendaal Centraal (eerste Nederlandse station vanuit Antwerpen) voordat ik al openlijk en luidruchtig werd beschuldigd dat ik Jezus’ vermoordt zou hebben. Waar waren de normale, tolerante Nederlanders toen? Ik kon ze in ieder geval niet vinden. Zelfs niet op mijn terugweg – een week later – toen een soortgelijk geval gebeurde op Arnhem Centraal.

Dus ja, wat mij betreft klopt het wat Bolkestein zegt over het bloeiende antisemitisme in het ‘tolerante’ Nederland. Maar om dit als enige reden op te geven om Nederland te verlaten is voor mij niet goed genoeg. In de woorden van Rabbijn Raphael Evers is dat “vluchten.”

De hoofdzakelijke reden waarom ik denk dat religieuze Joden geen toekomst hebben in Nederland, is met name de assimilatie. Het loslaten van Torah u’Mitzvos, de Torah en haar geboden.

Het is waar, dat de angst voor antisemitisme en het al bestaande antisemitisme hier ook een grote rol in spelen. Maar het feit blijft, dat het Jodendom in Nederland helaas niet meer is wat het ooit geweest is.
Wanneer ik Joden ontmoet die niets van de huidige situatie in Nederland afweten, moet ik ze regelmatig uitleggen dat hun ideeën van Nederland niet meer ‘up to date’ zijn. De tijd van de talmidei chochomim (grote Torah geleerden) en van Amsterdam als een ‘Ir Torah’ (stad van Torah) is helaas niet meer. De ooit, zo bloeiende Joodse gemeenschappen van Nederland zijn aan het assimileren. En nee, antisemitisme is hier niet de oorzaak van.
Hoe vreemd het ook is om te zeggen – of te horen – de vrijheid die wij vandaag de dag genieten, is de grootste oorzaak van de assimilatie van ons volk. Het was dan ook om deze reden dat R’ Shneur Zalman van Liadi zy”a, de eerste Lubavitcher rebbe, een fel tegenstander was van Napoleon (die gelijke rechten gaf aan Joden).
In a way, is antisemitisme juist altijd een soort van bescherming geweest voor het Joodse volk.
Statistieken laten ons zien dat – alleen al in de Verenigde Staten – sinds de tweede wereld oorlog, er meer Joden zijn ‘uitgeroeid’ dan door de handen van de Nazi’s. Hoe? Door assimilatie.

In de parasha van deze week (Vayigash) lezen we dat Hashem tegen Yaakov zegt: “Al Tira Meirda Mitzrayim Ki LiGoy Gadol Asimcha Sham.” “Wees niet bang om naar Egypte te gaan want ik zal jou daar tot een groot volk maken.”
Als Yaakov de moeilijke, bittere golus (ballingschap) vreesde - dat vol was met pijn en lijden. Hoe kon dit antwoord van Hashem hem ooit gerust stellen? Door hem daar tot een groot volk te maken, zou alleen maar nog meer lijden brengen bij nog meer mensen. De Sforno zegt over dit vers, dat Yaakov bang was voor de toekomst van klal Yisroel (Joodse volk). “Hoe zullen ze het lijden doorstaan?”

Hashem antwoordt hem dat Egypte juist ‘de plek’ is waar de bnei Yisroel kunnen bloeien en een volk kunnen worden. Als ze in Eretz Kenaan zouden blijven, dan zouden ze uiteindelijk gemengd gaan trouwen met de oorspronkelijke inwoners van het land; assimileren en verdwijnen. Maar zoals we weten uit de vorige parasha (Mikeitz 43:32), verachtten de Egyptenaren de Joden en weigerden zelfs om met hen te eten of überhaupt maar samen te zijn.
Precies om deze isolatie, konden de kinderen van Yaakov hun unieke identiteit behouden en een groot volk worden.

Rav Moshe Sternbuch zegt hierover dat “deze haat, het Joodse volk levend heeft gehouden door alle eeuwen heen.” De moord, de haat, de bloedlibellen en pogroms waren allemaal een kracht dat achter ons stond. In een wereld van relatieve vrijheid voor de Jood, en de bereidheid om veel met Joden om te gaan en zelfs met ze te trouwen; in zo’n wereld vinden we het grootste gevaar voor ons bestaan. En helaas… helaas lijkt het erop alsof we de strijd aan het verliezen zijn.
Wanneer we met de nek aangekeken worden, en wij ons voelen als een vreemdeling in een vreemd land -zoals dat in Nederland veelal het geval is - glimlach dan, denk terug aan wie je werkelijk bent, het doel van am Yisroel, en herinner je onze strijdkreet:

"Al Tira Meirda Mitzrayim Ki LiGoy Gadol Asimcha Sham!"

PS: Zowel het land Israel als Amerika hebben de grootste, bloeiende Torah-houdende gemeenschappen van de wereld

Door Joel Schukkman

maandag 6 december 2010

De brand in Haifa

De brand is geblust! Hoe is deze brand een onderdeel in mijn leven? Zo een grote brand is reden voor teshoewa en emoena. Wij hoeven echt niet mee te huilen met de media die zeggen "als we niet eens een bosbrand kunnen blussen, hoe kunnen we onszelf dan verdedigen?"
De waarheid is dat wij onszelf nooit hebben kunnen verdedigen - het was Hasheem die ons uit elke brand geholpen heeft, dit is de persoonlijke les ...

Dit is een les in de beginselen van Emoena dat alles wat Hasjem doet het allerbeste is. Iedereen vraagt, hoe kan het verlies van 42 levens en duizenden hectaren bossen verkoolde het allerbeste voor ons zijn?

Het antwoord is in de volgende Midrasj (Hashirim Shir 2:5, voortbordurend op de deel, K'shoshana bane ha choechim): Vlak voordat Masjiach komt, Hashem de buitenwijken van Haifa zal doen branden. Kijk maar zelf ...


maandag 8 november 2010

Wetten over liefdadigheid (tsedaka)

1. Het is een van de belangrijke mitswot van de Tora om liefdadigheid te geven, want
er staat: "U zult zeker uw hand voor hem (d.w.z. voor de arme) openen" (Debarim
25:36). Als men zich afwendt van de armen overtreedt men een verbod: "U zult niet uw
hart verharden of uw hand sluiten voor uw arme broeder" (Debarim 15:7). Bovendien
vertellen de rabbijnen ons dat wie geen liefdadigheid geeft beschouwd wordt alsof hij bloed heeftvergoten, want door hem niet te helpen kan hij de dood van een arm persoon hebben bespoedigd. Maar doorliefdadigheid te geven kan men gered worden van de dood en een onheilspellende verordening teniet doen. De profeet Jesjaja zegt: “Tsion zal verlost worden door rechtvaardigheid en door hen die naar haar erug-keren met recht-schapenheid”, d.wz. met liefdadigheid (Jesjaja 1:27).

2. Zelfs als iemand het zich alleen maar kan veroorloven om een klein bedrag te geven, maar hij geeft het met een goed hart, dan is dit net zo verdienstelijk als een grote donatie. De rabbijnen vertellen ons (Talmoed Menachot 110a) dat met betrekking tot een brandoffer de term “een vuur van zoete geur” wordt gebruikt (Wajikra 1:9), en dat dezelfde formulering wordt gebruikt voor het maaltijd-offer van
een arm persoon (Wajikra 2:2). Dit is om ons te leren dat het op hetzelfde neerkomt of iemand veel of weinig geeft,op voorwaarde dat men zijn hart naar de Eeuwige in de
hemel wendt.

3. Maimonides noemt acht niveaus wanneer het gaat om het geven van een iefdadigheidsdonatie. Het eerste niveau, dus het laagste niveau, is een donatie met tegenzin te schenken.

4. Het tweede niveau, dat tenminste beter is dan het eerste, is om minder te geven
dan de arme nodig heeft, maar dat bereidwillig en op een hoffelijke manier te doen.

5. Het derde niveau is om te geven wat de ander nodig heeft, maar dat pas te doen nadat de arme hierom zelf heeft gevraagd.

6. Het vierde niveau is om aan de armen te geven voordat zij er om vragen.

7. Het vijfde niveau is met gedeeltelijke anonimiteit, wanneer de arme de gever kent, maar de gever de ontvanger niet kent. In feite was dit de manier van onze geleerden, die een mand op hun rug plaatsten, zodat arme mensen ervan konden nemen zonder in verlegenheid gebracht te worden.

8. Het zesde niveau is als de gever weet aan wie hij heeft gegeven, maar de arme niet weet wie zijn weldoener is. Er wordt verteld dat sommige geleerden naar laatsen gingen waar zich armen bevonden om daar in het geheim hun liefdadige giften neer te leggen.

9. Het zevende niveau is als gever en ontvanger elkaar niet kennen, maar gebruik wordt gemaakt van een bemiddelaar.

10.Het achtste niveau, dat het hoogste niveau is, is om iemand die in financiële
problemen zit te helpen met een gift of een lening, of werk voor hem te zoeken zodat hij hierna financieel onafhankelijk zal zij. De moraal hiervan is dat voorkomen beter is dan genezen.

11.In het algemeen dient men te proberen om ieder jaar 10% van zijn salaris aan
liefdadigheid te schenken. In het eerste jaar moet hij 10% van zijn kapitaal geven en daarna 10% van zijn netto jaarlijkse winst. De voorbeeldigste manier is 20% van het kapitaal te geven en van de latere winst. Maar, als men zich het kan eroorloven, dient men in de behoeften van de arme te voorzien, zelfs als dit meer bedraagt dan 20% van zijn middelen.

12.De regel dat men niet meer moet geven dan 20% van zijn middelen is van toepassing tijdens het leven, maar wanneer de dood nadert mag men regelen dat grotere bedragen aan weldadigheid worden gegeven.

13.Volgens sommige geleerden mag men zijn charitatieve middelen (dus 10% van zijn inkomen) niet gebruiken om belasting te betalen. Maar ons eigen standpunt is dat in deze tijd het belastinggeld wordt gebruikt voor het welzijn van de bevolking in het
algemeen, bijvoorbeeld voor werkeloosheidsuitkeringen, defensie en scholen - allemaal een vorm van weldadigheid, en er is geen reden waarom men z’n charitatieve middelen niet zou gebruiken om inkomstenbelasting te betalen en dergelijke. Volgens deze analyse is het mogelijk dat de eerder-genoemde autoriteiten, die van mening waren dat geen belastingen betaald mogen worden van de charitatieve middelen, het er in de tegenwoordige tijd wel mee eens zouden zijn dat dit geld op die manier kan worden gebruikt. Zo is bijvoorbeeld de bekende rabbijn Chaim ibn Atar (18e eeuw) van mening dat men alle soorten belastingen mag betalen uit zijn charitatieve middelen.

14.Wanneer met z’n jaarlijkse winst berekent waarvan men 10% moet aftrekken voor weldadigheid kan men een toename als gevolg van inflatie negeren. Bijvoorbeeld, men heeft iets gekocht voor € 1000, en na een paar jaar is de waarde, alleen als het gevolg van inflatie, gestegen tot € 1200, wanneer men het wil verkopen. De €200 worden dat niet als winst beschouwd, aangezien het alleen maar het gevolg is van inflatie. Daarom hoeft men over deze toename geen weldadigheid te schenken.

15.In een oorlogssituatie, wanneer bezit wordt gestolen of in beslag wordt genomen door de strijdende partijen, is het uitgangspunt dat de eigenaar alle hoop heeft opgegeven om zijn bezit terug te krijgen. Als zijn bezit hem daarna, onverwacht, toch wordt teruggegeven, dan wordt dit beschouwd als nieuw, en daarom dient 10% van de waarde te worden geschonken voor weldadigheid.

16.Als men een betaling krijgt van een verzekering als compensatie voor opgelopen schade, bijvoorbeeld aan zijn huis of auto, dan hoeft men deze betaling niet mee te nemen in de berekening als onderhavig aan liefdadigheid, aangezien de polis al bestond en de betaling verwacht werd, en de eigenaar geen winst krijgt als gevolg van de compensatie.

17.Het is een mitswa om te geven aan alle goede doelen, zoals het onderhoud van een synagoge, of om wezen en zieken te helpen. Maar de mitswa om jesjiwot in stand te houden, waar Tora wordt geleerd, overtreft alle andere.

18.Het is een van de hoogste vormen van liefdadigheid om geld te doneren voor het vrijlaten van gevangenen. Dus als een dictatoriaal regime ten onrecht joden gevangen neemt, dan mag men zijn weldadige giften schenken voor de pogingen om hen vrij te krijgen.

19.De Talmoed legt uit dat men een verplichting heeft om te voorzien in het onderhoud van zijn kinderen tot de leeftijd van zes jaar. Na deze leeftijd wordt het onderhouden van zijn kinderen beschouwd als weldadigheid door de vader. Daarom is het in orde als een vader het geld dat hij opzij legt voor weldadigheid te gebruiken voor de betaling van het onderhoud van zijn kinderen die ouder zijn dan zes jaar.

20.Men mag zijn charitatieve middelen gebruiken voor het onderhoud van zijn ouders als deze behoeftig zijn.

21.Het schenken aan arme familieleden heeft voorrang boven het schenken aan anderen, zelfs boven het schenken aan de armen in Israël. De armen in iemands eigen stad gaan voor de armen die elders wonen, zelfs boven de armen in Israël. De armen in Israël hebben voorrang boven de armen in de diaspora, behalve voor iemands eigen familie of zijn medeburgers.

22.Het is verdienstelijk om geld te doneren voor liefdadigheid voordat iemand zijn
gebeden leest.

23.Men dient er alle moeite voor te doen om geen liefdadigheid te hoeven accepteren. In dit verband vertellen de Rabbijnen ons (Talmoed Sjabbat 118a): Ga liever met Sjabbat om alsof het een doordeweekse dag is (m.b.t. de sjabbat maaltijd), dan afhankelijk te zijn van je medemens.

24.Iemand die ziek of oud is en behoeftig, en die niet in leven kan blijven zonder
liefdadigheid te accepteren maar dit weigert, wordt beschouwd als een zondaar. Als dit weigerachtig gedrag leidt tot zijn dood, dan wordt hij gezien als iemand die verantwoordelijk is voor het vergieten van zijn eigen bloed. Maar iemand behoefte heeft aan liefdadigheid en hier van af ziet om niet een last te worden op kosten van de gemeenschap wordt beschouwd als prijzenswaardig. Over zo iemand staat in Jirmiejahoe 17:7: “Gezegend is de man die op God vertrouwt”.

Rabbijn P. Toledano

Populaire berichten

Jerusalem

Volgers